De lokale democratie is ontoegankelijk, maar daar dragen gemeenten ook zelf aan bij

De lokale democratie is ontoegankelijk, maar daar dragen gemeenten ook zelf aan bij

Verschillende gemeenten in Nederland hebben vorig jaar als taak gesteld om de lokale democratie nieuw leven in te blazen. De opkomstpercentages van de gemeenteraadsverkiezingen waren tenslotte om te huilen. Bijna de helft van de kiezers kwam niet opdagen. In gemeenten als Rotterdam, Roosendaal, Helmond en mijn eigen Tilburg bleef pakweg drie op de vijf kiezers thuis. Een blamage, ik heb hoofdschuddend naar de feestvierende fracties op televisie gekeken.


Nu kan ik natuurlijk schrijven dat gemeenteraden over niets anders gaan dan losse tegels in de stoep en het wel of niet afgeven van een sloopvergunning voor een aftands buurthuis, en dat dat veel burgers totaal niet interesseert, maar zo kinderachtig wil ik niet zijn. Sterker nog: sinds ik als journalist naar raadsvergaderingen ga, zie ik dat raadsleden wel degelijk belangrijke keuzes maken over de leefomgeving: de wijken, de pleinen, de woontorens, de bedrijventerreinen.


Dat roept de vraag op waarom burgers zich dan niet of weinig met het gemeentelijk beleid bemoeien. Gemeenteraden, en met name coalitiepartijen, hebben zich nu in het hoofd gehaald dat de lokale democratie gewoon wat sexyer moet. In het coalitieakkoord van Tilburg staat bijvoorbeeld dat er een kinderburgemeester moet worden ingesteld, dat er langjarige democratie-educatie moet komen en dat stadsdebatten gestimuleerd moeten worden.


Die ideeën voelen voor mij als het cadeau krijgen van een tegoedbon voor een breicursus. Leuk bedacht, maar ik heb er zelf geen fuck aan.


Waar gemeenteraden zich eerst en vooral druk om zouden moeten maken is de ongelofelijke geesteloosheid waarmee de gemeentelijke systemen zijn ingericht. Zelfs ik in mijn hoedanigheid als journalist — en ik heb mezelf echt hoog zitten — kan soms geen wijs uit de zogenaamde raadsinformatiesystemen. Vergelijkbare raadsstukken worden daarin op heel verschillende manieren gearchiveerd, bij ingediende moties blijven de stemverhoudingen regelmatig onvermeld en hetzelfde dossier kan tot wel vijf verschillende namen hebben.


Daar komt nog bij dat de website met de raadsstukken vaak goed verstopt is. Uit een kleine steekproef van mezelf blijkt dat ik bij meerdere gemeenten drie, vier of vijf verschillende pagina’s door moet buffelen voordat ik bij het raadsinformatiesysteem met een kekke naam als NotuBiz of iBabs aanbeland. Dat is blijkbaar de plek voor het belangrijkste orgaan van de lokale democratie: niet op de homepagina, maar ergens in de krochten van het internet verscholen.


Ondertussen lijken ambtenaren, collegeleden en griffiers meer bedreven te zijn in het koeterwaals dan in het Nederlands. Er is geen burger zonder hogere opleiding die zomaar weet wat een anterieure overeenkomst is, wat een verklaring van geen bedenkingen wel en niet inhoudt of die kan aanduiden wat een visie anders maakt dan een koersdocument of een ontwikkelleidraad. Kennen alle raadsleden überhaupt wel het verschil tussen een raadsplein, een raadsontmoeting en een raadsvergadering? Ik waag het te betwijfelen.


Gemeenten kunnen blijven proberen om hun lokale democratie een oppepper te geven, maar de problematiek die ze proberen te bestrijden zit ingebakken in hun eigen systemen en in hun eigen taal. Het zijn systemen die niet binnenstebuiten worden gekeerd omdat het hogeropgeleiden vaak gewoon wél lukt om de stukken te vinden. Het is taal die niet wordt aangepast omdat die door beleidsmakers zélf wordt gesproken. Ik vind het verbazingwekkend dat de vraag nog boven de markt hangt waarom bepaalde kiezersgroepen lokaal afwezig blijven als dit schijnbaar de basis is.


Dit moet een wake up-call zijn voor alle gemeenteraden die hun democratie willen verlevendigen. Want de positie van kinderburgemeester is inderdaad echt belangrijk (voor minstens één welvarend kind uit een rijke buitenwijk), maar als bewoners al in de war raken van een raadswebsite doe je serieus iets verkeerd. Breng je systemen op orde. Verzamel belangrijke bestanden op dezelfde pagina, leg uit wat bijvoorbeeld een ontwerpbestemmingsplan precies inhoudt en hoe zo’n lijvig document zich tot andere stukken verhoudt. Begeleid burgers op het internet. Stel iemand aan die daar werk van maakt.


Als de gemeente een bedrijf was geweest, was het failliet gegaan.


Met de huidige systemen is de gemeentelijke politiek niet meer dan een M&M die onder de bank is gerold. Gemeenteraden moeten zich niet verschuilen achter terminologie en achter te complexe websites. Raadsleden moeten leren dat de democratie niet begint bij een stadsdebat, een pubquiz of een kroegpraatje, maar dat die begint bij een burger die een document makkelijk kan vinden. Dát is pas toegankelijkheid, dát is democratie.

Facebook
X
LinkedIn